Hofjes tour: nog een stukje Amsterdam

Er zijn wel een aantal sites over de Amsterdamse hofjes, maar geen enkele geeft een mogelijkheid om via de kaart en met de mobiele telefoon in de hand een wandeling te maken.  Dat is wat dit onderdeel van mijn website biedt: de hofjes tour!

bussenschuthofje

Bussenschuthofje

Je vindt van elk hofje het adres, de datum van ontstaan en in veel gevallen foto’s en informatie die ik zelf heb toegevoegd of die op andere websites staat, en via links kan je daar meer informatie vinden.

Je kunt langs nog bestaande hofjes lopen, die toegankelijk zijn, maar je kunt ook verdwenen of gesloten hofjes zoeken.

Wat techniek betreft heb ik een aantal zaken uitgeprobeerd.

In plaats van JQuery als javascript library voor achterliggende data verzoeken (Ajax calls) en event handlers heb ik alleen pure javascript gebruikt. Dat was een beetje puzzelen, maar uiteindelijk geeft het wel genoegen dat je zelf weet wat er gebeurt. Ik deed dit ook omdat ik gemerkt heb dat updates van JQuery niet “backwards compatible” zijn, en dat ook gebruikte plugins na een update van JQuery niet meer werken. Terwijl toen moderne javascript technieken die ik in 2006 voor bepaalde sites gebruikte nu nog steeds werken! Als je relatief simpele javascript technieken gebruikt kun je ook zonder JQuery.

Om direct informatie van een aantal andere website te tonen, heb ik de Google Custom Search Engine API gebruikt.

Als fallback heb ik de gewone Google Custom Search Engine gebruikt, die je via een link op een beperkt aantal websites naar een hofje laat zoeken. Daarmee introduceer ik natuurlijk wel weer een afhankelijkheid die misschien niet lang meegaat. Ook Google is berucht om zijn veranderingen in diensten en het opheffen van bepaalde producten. Ze zijn natuurlijk gratis, dus niet zeuren, maar je moet deze afhankelijkheden wel incalculeren. De volgende stap is dus om toch maar een eigen zoekmachine op mijn server te zetten en zelf het web te scrapen en doorzoeken.

Voor meer informatie: kijk op introductie pagina van de hofjes site.

Advertisements

Het ontstaan van de Jordaan

coverimageDe Amsterdamse historicus J.Z. Kannegieter schreef een groot deel van zijn leven aan een werk over het ontstaan van de Jordaan. Van publicatie kwam het nooit, en hij deponeerde zijn manuscript in 1968 bij het Stadsarchief in Amsterdam. Een groep enthousiastelingen betrokken bij de stichting het Jordaanmuseum heeft de afgelopen jaren dit manuscript overgetypt en nu heb ik er een e-pub van gemaakt, maar ook is het nu op deze website te lezen.

Het boek gaat over de periode dat Amsterdam de Grachtengordel schiep (1609-1614), maar daarbij ook de Jordaan ontwierp, om degenen die moesten wijken voor de nieuwbouw een plek te geven. Ook de bedrijvigheid die men niet meer in de stad zelf wenste te hebben, kon hier wel uitgeoefend worden.

Over die zogenaamde “Derde uitleg” is recent meer geschreven (zie de literatuur in de tekst), maar over hoe de Jordaan toen tot stand kwam is niet veel beschikbaar. Omdat het manuscript natuurlijk niet makkelijk bereikbaar en leesbaar was, hebben de meeste historici het ook niet gebruikt. Daarom bevat het werk van Kannegieter nog steeds nieuw onderzoek waarvan het nuttig is nog kennis te nemen. Dat kan nu.

Een tweet plattegrond van Amsterdam

De vele miljarden tweets die over de wereld gaan, kunnen aan de hand van hun geografische herkomst op de kaart worden gezet. Eric Fischer van MapBox heeft dat gedaan.
Dan krijg je zeer interessante structuren te zien. De steden springen er uit. Ook de primaire verkeerswegen tonen zeer opvallend. Als je bijvoorbeeld op Amsterdam inzoomt, dan zie je dat de grote straten en de pleinen van de stad een heel hoge concentratie van tweets hebben. Het Centraal Station, de Dam en het Leidseplein zijn hotspots. Dat zijn de plekken waar veel uitgaansgelegenheden zijn, veel mensen rondlopen en waar veel foto’s worden genomen. En de belangrijkste straten leveren ook een groot aantal tweets op: er lopen en rijden daar veel mensen, en die tweeten.

asd_tweet

Joodse begraafplaatsen Amsterdam

In Amsterdam bestaan de resten van een Joodse begraafplaats naast het Florapark in Zeeburg. Het zijn nu drie afgesloten grote velden, die er verwilderd uitzien. Ik kon er ook geen grafstenen meer ontdekken, maar volgens het opschrift moeten er nog een paar zijn. De graven zijn na de oorlog geruimd.

Een andere begraafplaats waar Joden uit Amsterdam liggen, is die in Diemen. Voor meer informatie zie Wikipedia.

[nggallery id=2]

 

[imagebrowser id=2]

 

 

 

Gangen in Amsterdam

Gangen in Amsterdam waren eens doorsteken naar nauwe, armzalige woningen achter andere huizen, binnen het bouwblok. Vandaag zijn het sterk bewaakte onooglijke toegangen of evenzeer gesloten entrées tot paradijselijke achtererfen. In de 19e eeuw waren een aantal van de hieronder genoemde gangen de meest ellendige en bekrompen huisvesting voor een groot aantal armen, zo parafraseer ik de arts I. Teixeira de Mattos , die uitvoerig verslag deed van de gezondheidstoestand in die dagen.

Op de Groenburgwal 4-14  in het hart van de stad, is de Jan Krimpengang overgebleven. Vroeger een plek voor nijvere ambachtslieden en werklui, er woonden in 1853 minstens tien huishoudens en 54 mensen in vier panden, nu lijkt het een paradijs. Mooier dan het ooit was.  Het moet behoorlijk veranderd zijn, want nu zijn er zes adressen, mogelijk in het pand links. Dit paradijs is goed afgesloten net als zo vele andere voormalige gangen en stegen, maar die zien er minder aantrekkelijk uit.

Jan Krimpengang

Jan Krimpengang, Groenburgwal

 

De voormalige Klokkengang aan de Kloveniersburgwal 42 is weinig uitnodigend. De gang is niet breder dan 1.5 meter. Hij wordt duidelijk afgesloten en ziet er niet aanlokkelijk uit. Er wonen mensen daarachter. Er staan wel tien naambordjes. In 1853 woonden hier waarschijnlijk tien huishoudens in drie panden, zo’n 38 mensen. De gezinshoofden waren ambachtslieden: schoenmaker, smid, plaatzager. En, ooit woonde er een klokkenmaker of klokkenspeler.

Klokkengang, Kloveniersburgwal

Klokkengang, Kloveniersburgwal

 

De Zandstraat had een aantal gangen maar de meeste zijn niet meer terug te vinden. De Trompettersgang tussen nummers 18 en 24 is nu afgesloten met een schot en niet meer in gebruik. Ze is genoemd naar de trompetter van de Zuiderkerk, die daar waarschijnlijk eens woonde.

Zandstraat Trompettersgang

Trompettersgang, Zandstraat

 

Het poortje van de Brakke Grond bij de Oudezijds Voorburgwal 298 markeert de vroegere Engelschepoortsteeg of Engelsche gang. Die werd zo genoemd vanwege de Engelse huisbaas, John Jorden, van de steeg in de 17e eeuw . Het poortje lijkt me in recentere tijden hier geplaatst,  het is iets te sjiek voor een gang. Volgens theopas.nl plaatste de eigenaar van de gebouwen, Van Es, in 1882 deze poort.  Hier waren wel zes adressen te vinden in 1853. Er woonden schoonmaaksters, kuipers, draaiers en blekers. En Margaretha  de Hond, 77 jaar, die als beroep ‘zittende onder de brug’ had opgegeven. De plaatsing van de poort heeft misschien het aantal adressen in de gang tot drie gereduceerd. In 1896 kwam de Engelschepoortsteeg niet meer als officiële straatnaam voor, maar de steeg bestond rond 1900 nog wel.

Engelschepoortsteeg

Engelschepoortsteeg, Oudezijds Voorburgwal

 

In de Salamandersteeg aan de Sint Antoniebreestraat tussen nrs. 66 en 70 waren vijf panden. De steeg liep in de 19e eeuw dood, het was eigenlijk een gang. Er woonden voornamelijk Joden in de 19e eeuw, maar ook wat Katholieken en Hervormden. Het waren venters, een smid, schoenlappers en schoonmaaksters. In de jaren 1850/60 woonden hier gemiddeld 108 mensen volgens de gegevens van dokter Teixeira de Mattos. Dat ze niet achter elkaar stierven is dan ook verbazingwekkend, maar dat is een ander verhaal. Ook nu is er nog een toegang, al wonen er daar achter vast minder mensen.

Salamandersteeg

Salamandersteeg, Sint Anthoniesbreestraat

 

Salamandersteeg, Sint Anthoniesbreestraat

Salamandersteeg, Sint Anthoniesbreestraat

 

Salamandersteeg in 1853

Salamandersteeg in 1853

Autoriteitsbestanden voor straatnamen van Amsterdam

Een van de doelstellingen van mijn site is het geven van informatie over historische straatnamen. Voor Amsterdam zijn er verschillende boeken beschikbaar, zoals de Stadsatlas Amsterdam: straatnamen en brugnamen verklaard. Dit boek geeft een toelichting op de naam van de straat, een historische naam als deze bestaat en de datum van verandering. De oudere straatnamen staan niet in het hoofdwerk, helaas, hoewel er een lijst met gewijzigde straatnamen en verdwenen straten is,  is die beperkt tot de 20e eeuw.

Vandaag de dag verwachten mensen deze informatie op het web te vinden. Samen met oude kaarten willen ze de locatie van de straat, in heden en verleden vinden.

We kunnen drie eigenschappen van straten onderscheiden: de verschillende namen van de straat in het verleden of het heden, de locatie, en de periode van bestaan van de straatnaam. Locaties en namen zijn historisch variabel. We kunnen ons afvragen: als een straatnaam verandert wordt het dan een nieuwe straat? Straatnamen verwijzen naar straten als gebieden tussen de gebouwen die een naam gekregen hebben. Straten als objecten hebben een locatie en een gebouwde omgeving. Wanneer deze twee veranderen kunnen we waarschijnlijk spreken van een nieuwe straat, hoewel de naam hetzelfde blijft. Het omgekeerde kan ook: de locatie en gebouwen blijven, maar de naam verandert. We hoeven dit probleem niet op te lossen: we kunnen volstaan met het localiseren van de straatnamen en het verbinden van de naamsvarianten aan elkaar en ze beide in de tijd plaatsen. Een straat kan van plaats veranderen en de gebouwen eraan kunnen gesloopt worden, zoals de Moddermolensteeg aan de Raamgracht, die sinds de sloop voor de metro op een andere plek is en waarvan de huizen niet meer bestaan. Andere straten zijn hernoemd maar niet wezenlijk veranderd, zoals Binnen-Amstel waarvan twee delen Staalkade en ‘s-Gravelandse Veer werden. Er zijn ontelbare variaties mogelijk waarin een historisch stratenregister moet voorzien. Dit doen we met autoriteitsbestanden.

Hoe moeten autoriteitsbestanden worden gebouwd en welke inhoud hebben ze? Deze bestanden stellen een standaardnaam voor de straat vast. Dit kan de huidige naam zijn. Vervolgens worden de naamsvarianten in heden en verleden geïnventariseerd. Bij die naamsvarianten geven we aan in welke periode ze voorkwamen. Vervolgens kunnen we aan de naamsvarianten locatiegegevens en adressen toevoegen, zodat we de straat in een geografisch informatiesysteem (zoals Google Maps) kunnen opnemen en lokaliseren. Heel precies zal deze informatie pas zijn als we de locatiegegevens op huisnummer nauwkeurig hebben.

In de praktijk ontwerpen we drie tabellen: een met de standaardnamen van straten, de hoofdtabel, een met de naamsvarianten gelinked via de standaardnamen, met informatie over de tijdsperiode van de varianten, en een met adressen en locaties, voorzien van het jaar van de bron, ook gelinked via de standaardnamen met de hoofdtabel. Op die manier kunnen bijvoorbeeld de vele dubbele straatnamen naar de diverse locaties geleid worden.

Als we deze informatie voor verschillende perioden verzamelen wordt het mogelijk te zien welke huidige straatnamen historische veranderingen hebben ondergaan, en kunnen we historische straatnamen terugvinden met hun huidige locatie. Dat niet alleen: veel historische informatie die nu digitaal beschikbaar komt bevat straatnamen, vaak in een naamsvariant die opgezocht moet worden. Op basis van autoriteitsbestanden zou dit veel makkelijker zijn en wordt historische straatinformatie beter benut.

Veel informatie over historische straatnamen berust bij het Stadsarchief. Men heeft diverse omnummeringstabellen gebouwd die van oude huisnummeringen naar nieuwe verwijzen. Die bestanden maken het mogelijk 19e eeuwse straatnaamwijzigingen na te gaan. Ze zijn echter niet consequent in het onderscheid tussen historische straatnamen, hun toenmalige spellingen en de huidige straatnamen. De straatnaamregisters van de gemeente (met de huidige straatnamen) zijn ook een interessante bron, maar bevatten zo veel straatnamen met curieuze afkortingen en omdraaiingen dat ze niet goed bruikbaar zijn als standaardnamen. Met andere woorden een systematische benadering van dit probleem is nog niet gestart. Het Stadsarchief heeft ervaring met het beroep doen op vrijwilligers voor het invoeren van data: zie velehanden.nl. Een straatnamenregister zou een mooi volgend project zijn.

Op basis van het straatnamenboekje van 1853 zal ik spoedig een voorbeeld van zo’n systeem online zetten.

Veenhuizen tot Amsterdam

pauperparadijsOnderzoek naar je roots, je eigen familie, is in. In die trend passen vele boeken, in binnen- en buitenland. Op z’n best levert het een prachtige inkijk op het handelen van mensen, op de invloed van de grote gebeurtenissen in het leven van alledag. Het laat je meeleven met de belevenissen van mensen die meestal niet in de geschiedenisboeken voorkomen.

Dit boek is opgezet als een zoektocht van de auteur naar haar familiegeschiedenis. Verfrissend is dat ze haar vrouwelijke lijn traceert. Ze komt dan wel uit bij een voorvader (de mannen blijven toch de figuren die meer publieke informatie nalieten) die in het Napoleontische leger diende. Dat spoor leidt uiteindelijk naar Veenhuizen, opgezet als landbouwkolonie voor de armen uit de steden, al snel verworden tot gesticht voor al wat niet in de maatschappij paste. Na een generatie in Veenhuizen wist de familie naar Amsterdam te ‘ontsnappen’. Daar volgde echter een armoedig leven met vaders die hun gezin ontvluchtten en levens die afhankelijk werden van de armenzorg.

Het bevolkingsregister is een belangrijke bron om de familie te traceren en de auteur maakt hier dan ook dankbaar gebruik van. Individuele inkijkjes kan ze bijvoorbeeld aan de armenzorgdossiers ontlenen. Ze veroorlooft zich ook wel wat vrijheden om de zaken aan elkaar te breien: deze mensen lieten geen dagboeken achter.

Met journalistiek flair gaat de schrijfster ook in op de algemene maatschappelijke ontwikkelingen, zoals hoe de ‘onmaatschappelijken’ in het gelid gehouden moeten worden. Ook als de familie uit Veenhuizen is vertrokken houdt ze de ontwikkeling van de instellingen daar bij. Dat is een mooie lijn door het boek.

Geschiedenis wordt hier persoonlijk gemaakt: de individuen die onderzocht worden, komen uit het onbekende naar voren, maar de auteur zet zich zelf ook persoonlijk in. Voor historici bekende ontwikkelingen worden als persoonlijke ontdekkingen opgeschreven. Misschien is dat opzettelijk, om niet didactisch over te komen, maar de literatuurlijst maakt duidelijk dat historici zich al veel eerder met Veenhuizen of armoede hebben beziggehouden. De schrijfster toont zich emotioneel betrokken bij haar onderwerp en familie. Ze leeft zich sterk in in gevoelens van personen, met enige fantasie. Ik houd zelf meer van enige ironische distantie – maar je verdiepen, is je engageren. Dat historische ontwikkelingen in een documentaire stijl met fictieve en persoonlijke elementen ons zo aanspreken, is opvallend. Je zou kunnen zeggen dat naast de literatuur – die voor zoiets bij uitstek geschikt is – een nieuw genre is ontstaan. Dit is al eerder aangeduid met ‘faction’. Toch valt te bedenken dat dit genre alleen goed beoefend kan worden als meer anoniem historisch onderzoek is verricht, waarop de auteur zich ook baseert.

Het boek is een mooi voorbeeld van hoe individuele levens in relatie stonden tot de algemene ontwikkeling. De burgerlijke ideologie van de 19e eeuw van verheffing en verandering zoals beschreven in Marita Matthijssen’s ‘De gemaskerde eeuw’, toont hier duidelijk de gevolgen – soms onbedoeld – voor de arme sloebers.